Kleinkunst van grote klasse Charlotte Glorie
RUST IN KARTON Ik eh, ik moet je iets opbiechten. Bereid je maar voor op een grote schok! Nee, ik heb geen kleptomane neigingen. Het is veel erger! Nee, ik rommel ook niet stiekem met mijn buurman, ach, dat stelt niks voor vergeleken bij… Ik zal het maar eerlijk zeggen: ik wil na mijn dood begraven worden. Nou, het hoge woord is eruit! Ik begrijp je volkomen als je nu nooit meer iets met me te maken wilt hebben. Inderdaad, begraven is vreselijk milieu-onvriendelijk, omdat er daardoor schadelijke stoffen als kwik en amalgaam in het grondwater komen. Ik spreek mezelf regelmatig streng toe: “Jij, die beweert zo milieubewust te zijn, kies toch voor cryomeren, ofwel vriesdrogen. Met een pakje gevriesdroogde kwark heb je laatst een lekkere taart gemaakt, toch? Dus wat is er mis met vriesdrogen.” Nou, heel veel! Het idee alleen al, dat ik word bevroren en 10 dagen in stikstof van -196 graden moet liggen, ik, de eeuwige koukleum, en dat ik daarna word blootgesteld aan trillingen, waardoor ik uit elkaar val. Ik hoop nooit Parkinson te krijgen en zeker niet na mijn dood. Zelfs de wetenschap dat ik dan verga tot een milieuvriendelijk poeder, dat als compost kan dienen, kan mij niet op andere gedachten brengen. Aan mijn lijf geen cryomatie! Resomeren dan? Zou dat wat voor me zijn? Op internet lees ik dat het een groene variant van cremeren is, maar in plaats van door vuur wordt je lichaam verteerd door een mengsel van water en alkali. Een associatie met Alie Cyaankali, de gevaarlijke vrouw van Rotterdam uit het lied van Annie M.G. Schmidt, dringt zich aan me op. Leuk liedje hoor, maar als ik toch een gevaarlijke vrouw wil worden, dan liever voordat ik overlijd. En als resomeren op cremeren lijkt, vind ik het sowieso niks. Het gaat allemaal zo klinisch en snel. Ik wil juist dat mijn vergaan niet zonder slag of stoot gaat. Mijn ontstaan ging immers ook niet vanzelf. Mijn ouders hebben jarenlang lief en leed gedeeld, voordat mijn conceptie plaatsvond. Negen maanden kreeg ik de tijd om te groeien in mijn moeders buik. Vervolgens vocht ik me met veel moeite een weg naar buiten. Ik houd ervan als processen hun natuurlijke loop hebben en als dingen de tijd krijgen om te rijpen. Ik denk dat mijn ziel pas echt rust vindt als mijn lichaam niet wordt gehaast bij het afscheid nemen van de aarde. Ik wil dat na een plechtige kerkdienst een lange trage stoet naar de begraafplaats schuifelt, dat iedereen rond mijn graf voluit ”U zij de Glorie” schalt en dat mijn kist dan langzaam zakt, piepend en krakend. Nee, het hoeft allemaal niet te geolied te gaan, want in het leven loopt ook niet alles gesmeerd. En dan gooien de mensen als een laatste groet met een doffe plof handjes zand op mij, waarna ik heerlijk rustig tot stof mag wederkeren. Om de milieuschade van mijn begraving enigszins te beperken, kies ik voor een volledig afbreekbare kist. Het doe-het-zelf-pakketje van gerecycled karton staat al in mijn kast. Nu maar hopen dat mijn man later sterft dan ik, want hij is de enige nabestaande met genoeg technisch inzicht om zoiets in elkaar te zetten. Ik wil ook dat allen die mij de laatste eer bewijzen met de rouwbus naar de kerk komen en niet in hun eigen auto’s. Dat scheelt weer CO2-uitstoot en is nog gezelliger ook! Ik hoor ze al zingend aan komen rijden: “Ik heb een potje met vet” of “We zijn er bijna, maar nog niet helemaal.” En om het leed dat ik toekomstige generaties na mijn dood aandoe zoveel mogelijk te verzachten, leef ik nu extra milieubewust. Als ik alleen thuis zit, laat ik de lampen uit. Voor mij maakt dat toch geen verschil. De verwarming gaat alleen aan als ik visite heb. Ik heb het er graag voor over, maar eh, ik stop nu met schrijven. Mijn hele lijf is koud tot op het bot. Vooral mijn vingers zijn verkleumd. Het lijkt wel of ik gevriesdroogd word!

Charlotte Glorie | +31 6 38 25 38 31  | info@charlotteglorie.nl