Kleinkunst van grote klasse Charlotte Glorie
HEEL GENEZEND Laatst vroeg iemand mij: “Stel dat je nu zou horen dat er een dokter was, die jouw blindheid kon genezen. Zou je dan naar hem toe gaan?” Tja, het lijkt geweldig! Wouter, Julia en Guus zien, genieten van de bloeiende bloemen en de nestelende vogels en zonder hulp overal naar toe kunnen… Heerlijk! Maar zou het wel werken? Omdat ik nooit heb kunnen zien, zouden mijn hersens na een eventuele genezing vast geen chocola kunnen maken van alle visuele informatie. Ik zou gek worden van de overdaad aan onbekende prikkels, maar ook van de nieuwe manier van leven. Ik, enorme sloddervos, ben blij dat ik het ordenen van de bank- en verzekeringspapieren aan Guus moet overlaten. Als ik zou kunnen zien, zou ik daar vast niet meer onderuit komen. Nee, laat die genezing maar! Hoewel blind zijn soms lastig en frustrerend is, geniet ik van het leven dat ik heb. Voor homo’s schijnt de mogelijkheid tot genezing er daadwerkelijk te zijn. In het sbs6-programma “Under cover in Nederland” hoorde ik met stijgende verbazing hoe iemand van een in Oosters gewaad gehulde kwakzalver een anti-homo-medicijn mee kreeg dat verdacht veel op visvoer leek. Ik griezelde van de zalvende stem waarmee een hulpverlener van de Christelijke organisatie Different vertelde dat hij al heel wat mensen van hun homoseksuele gevoelens af had geholpen, maar dat zijn cliënten dan wel echt moesten inzien dat hun homoseksualiteit door God niet zo bedoeld is en dat het een keuze is er wel of niet aan toe te geven. Dat dit soort praktijken bestaat, schokt me niet. Er zijn tal van meer of minder vage therapieën tegen allerlei kwalen, variërend van koe-knuffelen om je zachte kant naar boven te halen tot het nemen van koffieclisma’s om je darmen te zuiveren. Zolang het de gezondheid niet schaadt en de “patiënt” het gevoel heeft dat het baat, vind ik het best. Wat mij choqueert is dat er ook vandaag de dag blijkbaar nog homo’s zijn die hun geaardheid als een ziekte beschouwen. oké, vroeger werd je uitgekotst, gediscrimineerd, bespot of zelfs in elkaar geslagen als je openlijk uitkwam voor je homoseksualiteit. Als je gelovig was, legde de dreiging van hel en verdoemenis een voortdurende druk op je. Maar tegenwoordig… Alles moet toch kunnen? Iedereen mag toch zijn wie hij is en leven zoals hij wil? Kennelijk lang niet altijd dus! In 1996 rondde ik mijn studie Nederlands af met een scriptie over jeugdboeken met homoseksualiteit als (sub)thema. Daarin beschrijf ik dat in boeken die verschenen tussen grofweg 1970 en 1985 de homoseksualiteit van de hoofdpersoon het centrale thema is dat diens hele leven beheerst en bemoeilijkt. Pas in de latere boeken wordt homoseksualiteit als iets vanzelfsprekends gepresenteerd wat er gewoon bij hoort. Langzaam en ook, eindelijk!, met humor doen de homoseksuele leraar en de lesbische tante hun intrede in de jeugdliteratuur, waardoor homofilie iets wordt dat het leven niet zwaar en ingewikkeld, maar juist kleurrijk maakt. Het zou mooi zijn als de maatschappij in dit geval een afspiegeling van de literatuur zou zijn in plaats van andersom. Dan zouden mensen vooral iemands buurvrouw, schoolvriend, collega, oom of moeder zijn en daarnaast toevallig ook nog homoseksueel… of blind… Ik wil genezen, niet van mijn blindheid, maar van de vrouw die zegt: “Het is zo druk in de trein. Neemt u de volgende maar. U hebt toch geen haast!” of van de taxichauffeur die mij zonder iets te vragen naar het blindeninstituut brengt waar ik helemaal niet naar toe moet. Wat daartegen helpt? Dien mij maar een dagelijkse dosis tafelgesprekken, ruzies en geintjes met mijn man en kinderen toe in combinatie met een cocktail van optredens, koorrepetities en banjo-lessen, aangevuld met een regelmatige kuur van wandelen met vrienden of fietsen met familie. Gezien worden als een mens, die los staat van het “Anders” zijn: dat werkt genezend, dat maakt heel.

Charlotte Glorie | +31 6 38 25 38 31  | info@charlotteglorie.nl